Gisteren vertelde ik over hoe wij onze bestemming bekendmaakten en wat we op onze eerste dag deden. Op onze tweede dag besloten we de Asinelli toren te beklimmen. Deze toren is wel 97,6 meter hoog en bestaat uit ongeveer 500 wankele, houten traptreden. Met gevaar voor eigen leven (zo zagen wij dat tenminste) klommen we omhoog.

Asinelli en Garisenda: de scheve torens van Bologna

In de middeleeuwen stond Bologna vol met torens. In de stad kon je zo’n 150 torens vinden. Rijke families bouwden deze als verdediging en bescherming van hun eigendommen. Hoe rijker de familie, hoe hoger de toren. Nu vind je in Bologna nog maar vijftien torens. De bekendste torens zijn de scheve torens Asinelli en Garisenda. De kleinere Garisenda toren staat zo’n drie meter scheef, terwijl de hoge Asinelli toren ‘slechts’ één meter scheef staat.

De Asinelli toren werd waarschijnlijk tussen 1109 en 1119 gebouwd in opdracht van de ridder Gherardo Asinelli. Er bestaat ook nog een ander (romantischer) verhaal over de bouw van de toren. Het verhaal gaat over een jongen die met een ezel (‘asinelli’ betekent ‘ezels’ in het Italiaans) zakken grind vervoerde. De jongen werd verliefd op de dochter van een rijke edelman en vroeg hem om haar hand. De rijke edelman lachte en zei: “Pas als je de hoogste toren van heel Bologna bouwt!” Toen de jongen een schat vond, bouwde hij daarvan de toren van Asinelli en kon met de edelmans dochter trouwen.

‘Torentje’ beklimmen

Toen wij dus die woensdag wakker werden, hebben we ons heerlijk volgepropt met het uitgebreide ontbijt. We hadden het hard nodig, want we hadden besloten om de toren van Asinelli te beklimmen. De toren bijna 100 meter hoog. Achteraf weet ik niet wie er op het briljante idee kwam om met 34 graden bijna 500 traptreden te beklimmen. Maar ik denk dat het Linda was; ik kom niet op zulke gekke ideeën.

Toch begonnen Linda en ik onze klim. Toen we op het eerste plateau stonden, kregen we al spijt. Want wat een trappen zeg! Maar ja, we hadden drie euro voor een kaartje betaald, dus we moesten en zouden omhoog gaan. We blijven toch Nederlanders.

We stapten de houten treden op. Linda liep achter me en zei: “Tamaar, volgens mij bewegen die treden als je erop staat. Straks breken ze nog.” Ik zei terug dat die trappen vast heel goed onderhouden worden. Ook al zei ik dat meer om mezelf te overtuigen. Ik vertrouwde die trappen ook voor geen meter.

Trappen in de asinellitoren
Wat een trappen!

“Ik durf niet meer verder”

Toen ik na het tweede plateau verder omhoog wilde, bleef Linda plots stilstaan. Met grote ogen keek ze me aan en zei: “Ik heb geen hoogtevrees of zo, maar ik durf niet meer verder. Jij mag wel verder als je wilt.” Ik wilde Linda niet alleen achterlaten, dus probeerde haar over te halen om mee omhoog te gaan. Uiteindelijk gaf Linda toe.

Wat ze niet wist, was dat we nog niet eens op een kwart van de toren waren. We vervolgden onze weg over de gammele trappen. Soms kwam er een tegenligger aan. We moesten ons dan helemaal tegen de muur drukken om ze te laten passeren. Helemaal uitgeput en met rode wangen kwamen we boven. We hebben het gered, dachten we. Maar helaas, dit was het derde plateau.

We keken omhoog en de moed zakte ons in de schoenen, want daar we zagen opnieuw een tiental gammele houten trappen. Toch vervolgden we onze weg omhoog naar de top van de toren. Telkens als we dachten dat we er waren, bleken we weer op een nieuw plateau te staan.

Eindelijk boven

Drie uur later kwamen we helemaal bezweet en met een rood hoofd boven. We huilden van blijdschap, totdat we ons realiseerde dat we dat hele eind ook weer terug moesten lopen. Toch was het uitzicht over de prachtige rode stad het echt wel waard.

Dit was dag 2 van onze vakantie met srprs.me. Morgen vertel ik jullie over onze dagtrip naar Venetië.