Op 25 juni was het eindelijk zover: samen met mijn ouders en broertje vertrok ik naar Zuid-Afrika voor drie weken. We deden daar een rondreis door het noordoosten van Zuid-Afrika. Iedere bestemming had een ander thema, waardoor we veel gezien hebben van het prachtige land. Onze eerste echte Zuid-Afrikaanse bestemming was Isibindi Zulu Lodge waar we meer leerden over de Zuid-Afrikaanse geschiedenis en we voor het eerst op safari gingen.

Zuid-Afrika giraf

We landden op Johannesburg en de volgende dag vlogen we door naar Durban. Vanuit Durban reden we naar onze eerste bestemming Umhlanga. Umhlanga is een badplaats waar we zouden uitrusten van de lange vliegreis. In Umhlanga wonen vooral rijke mensen in grote villa’s met hoge hekken eromheen. In de tuinen stonden borden met ‘Armed security’ erop en overal hadden de mensen waakhonden. Ik vond dat erg tegenstrijdig, omdat het op een kwartier afstand lag van een krottenwijk. Ik begreep niet zo goed hoe de mensen daar rustig rond kunnen rijden in één van hun vijf Audi’s, terwijl er dichtbij mensen wonen die bijna niks hebben. Umhlanga was daarom ook niet ons type bestemming.

Onze eerste échte Zuid-Afrikaanse bestemming: Isibindi

Na twee nachten reisden we de bergen in naar Isibindi Zulu Lodge. Deze lodge lag midden in een natuurreservaat. Het bestond uit zes Afrikaanse huisjes, zogenaamde beehives. Daarnaast lag de lodge vlakbij het gebied waar de Zulu’s (de plaatselijke bevolking) tegen de Engelsen vochten. Op onze eerste dag gingen we op onze eerste wandelsafari. We zagen al gnoes, koedoes en zebra’s. In het gebied liepen ook giraffen rond. We volgden daarom de voetsporen van een giraf in de hoop dat we hem konden vinden. Onze gids Linda wist ontzettend veel te vertellen over de dieren, de planten en over zijn cultuur (ja, Linda was een man). We vonden de giraf die dag helaas niet.

De eeuwig pratende gids

Die dag daarna gingen we naar het slagveld waar de Zulu’s tegen de Engelsen vochten. Het verhaal van de Zulu’s is erg interessant. Onze gids was dat helaas niet. De gids was een gepensioneerde historicus die veel van tijden, datums en herhalingen hield en dacht dat ik twaalf was. Hij vertelde eerst het hele verhaal. Vervolgens vertelde hij het in stukjes. Daarna kregen we een film te zien die het verhaal nog een keer uitlegde. Voor de zekerheid legde de gids het daarna nog maar een keer uit.

Op het slagveld vertelde hij het verhaal opnieuw terwijl hij de plaatsen waar de gebeurtenissen plaatsvonden aanwees met zijn stok. Hij liep alle gebeurtenissen per minuut na: “Want ja, om half twaalf liep Kolonel A met Soldaat B naar dat punt. Om drie over half twaalf liepen ze weer terug.” Iedere keer wanneer ik dacht dat hij klaar was met praten, besloot hij het verhaal nog maar een keer te vertellen. Hij vertelde het voor mij ook nog een keer in Jip-en-Janneke-taal, want blijkbaar was hij bang dat ik het niet goed begreep.

Het slagveld zelf zag er indrukwekkend uit. De Engelse soldaten waren begraven waar ze overleden waren. Om de graven te markeren, hebben ze er stapels stenen op gelegd. Deze stenen zijn later wit geverfd. Er liggen meerdere soldaten in ieder graf. De stapels stenen strekten zich uit over het hele gebied. Ik vond het bizar om te zien hoeveel mensen er gestorven waren tijdens het gevecht.

Vervolgens gingen we naar een andere plek waar er gevochten werd. Dit was het oude ziekenhuis van de Engelsen. Onze gids kon opnieuw helemaal losgaan en het verhaal nog een keer te vertellen. Op de plek waar het ziekenhuis stond, is nu een klein museum waar de slag staat uitgebeeld. Het museum was duidelijk en leuk opgezet. Wij waren geneigd om in het museum te blijven in de hoop dat onze gids naar huis zou gaan. Helaas was hij onze lift naar de lodge, dus we hadden hem nodig. Om vijf uur waren we eindelijk terug in de lodge.

Tijd voor safari

De dag daarna deden we ’s ochtends een safari. Al snel zagen we de giraf waar we twee dagen daarvoor naar op zoek waren geweest. Ik vond het erg bijzonder hoe dichtbij we bij de giraf konden komen. Later zagen we nog meer giraffen. Hoe groot ze ook zijn, toch moet je soms erg goed kijken voordat je ze ziet. Ze kunnen zich ongelooflijk goed camoufleren!

Op bezoek bij de Zulu’s

In de middag nam Linda ons mee naar een Zuludorp. We zouden voorbij een ruilwinkeltje komen waar we ook onze kaarten konden versturen. Toen we daar aankwamen, begreep ik niet wat er zo bijzonder was aan het winkeltje. Het was gewoon een oude supermarkt die alleen maar zakken graan verkocht. Toen we de kaarten wilden posten, zeiden ze eerst dat ze niet wisten hoe dat moest. We konden de kaarten wel achterlaten en als we terugkwamen, zouden ze het weten. Ik had er weinig vertrouwen in.

In het Zuludorp kwamen de kinderen van alle kanten aanrennen. Linda zei dat hij normaal snoep kocht bij het ruilwinkeltje voor de kinderen, maar het winkeltje verkocht geen snoep meer. Gelukkig had mijn moeder wel lollies mee voor de kinderen. Sommigen snapten niet hoe het werkte en stopten de lolly met plastic en al in hun mond. Ik verbaasde me er eigenlijk over dat sommige kinderen blijkbaar nooit een lolly hadden geproefd.

In het Zuludorp lieten de mensen hun huis zien en Linda gaf uitleg over hoe de mensen leven. Hoewel de mensen westerse kleding dragen, zijn ze in hun leefwijze nog steeds traditioneel. Ik vond het allemaal erg interessant om te zien.

In de avond hadden we een Zulu-avond. De kinderen van een school uit de buurt gingen dansen en we kregen uitleg over de traditionele kleding. Daarna mochten we Zulubier proeven. Ik weet nog steeds niet of ik het lekker of vies vond. Het zag er in ieder geval uit als melk. Daarna kregen we een heerlijke Zulumaaltijd.

De dag daarna was het tijd om verder te gaan naar onze volgende bestemming: Thonga Beach Lodge in Mabibi waar we onder andere gingen walvis spotten!

Omdat 3 weken Zuid-Afrika gewoon niet in één blog valt te vertellen, verdeel ik mijn verhaal in meerdere delen.