In maart ging ik naar Aruba om mijn broertje David op te zoeken. Hoewel Aruba niet een bestemming was die ik zelf uit zou zoeken, heeft het eiland me erg verrast. De stranden waren prachtig en tijdens het duiken leek het alsof ik in een aquarium was beland.

Ik keek heel erg uit naar mijn vakantie; ik had David al sinds augustus niet gezien. Onderweg naar Aruba had ik een tussenstop op Curaçao. Het vliegtuig werd schoongemaakt en ik moest door de douane. Ik moest direct doorlopen, want na 20 minuten gingen we weer boarden. Als je haast hebt, ben je op de Antillen echt aan het verkeerde adres. De enorme rij sloop vooruit en de twee medewerkers deden alles rustig aan. Ik dacht er nog aan om een nooduitgang te zoeken en gewoon maar te zwemmen naar Aruba. Maar ruim 100 kilometer zwemmen is toch iets te ver voor mij. Gelukkig waren de piloten gewend dat iedereen twee uur later aankwam dan afgesproken en vertrokken we pas toen iedereen aan boord was.

Aangekomen op Aruba

Vlakbij het vliegveld van Aruba ligt Surfside Beach. De aankomende vliegtuigen landen achter dit strand. David zou vanaf het strand kijken naar de aankomst van mijn vliegtuig. Alleen heeft David het relaxte tempo van de Antillen overgenomen en stond daar nog aan de bar te hangen terwijl ik al geland was. Ik stapte uit de luchthaven en de warme lucht kwam me tegemoet. Het was zeker geen straf om daar buiten te wachten.

David had een leuk appartement met een veranda (belangrijke toevoeging). In Nederland was het 5 uur later, dus ik was al snel erg moe. Na even bijkletsen wilde ik wel naar bed.

California lighthouse
Herenigd!

Autorijden op Aruba

David moest sommige dagen gewoon werken, dus ik ben veel zelf op pad geweest. Vaak gingen we ’s ochtends iets doen. Daarna bracht ik David naar werk en trok er zelf op uit. ’s Avonds haalde ik hem weer op.

Davids auto was een automaat met het stuur aan de rechterkant. Het rijden ging wel prima. Alleen vergat ik steeds dat mijn knipperlicht ook aan de andere kant zat. Dus in plaats van het knipperlicht zette ik steeds de ruitenwissers aan. Gelukkig reden veel anderen ook belabberd, dus ik ging goed op in de menigte.

San Nicolas: Aruba’s kleurrijkste stadje

Op de derde dag gingen we naar het stadje San Nicolas. Vroeger stond hier een olieraffinaderij, waardoor er ontzettend veel buitenlandse werkers naar Aruba kwamen. San Nicolas scheen toen niet de beste buurt van Aruba te zijn; er was veel prostitutie en drank- en drugsgebruik. Toen de olieraffinaderij sloot, werd San Nicolas een spookstad.

Totdat het eiland in 2016 het Aruba Art Fair organiseerde. Artiesten kwamen uit binnen- en buitenland en toverden San Nicolas om in een openluchtmuseum met prachtige streetart. Inmiddels organiseert Aruba het evenement ieder jaar opnieuw, waardoor de stad constant blijft veranderen.

Ik vond San Nicolas het mooiste stadje van Aruba. Op iedere hoek van de straat vind je weer een andere kleurrijke verrassing.

Baby Beach Aruba
Vlakbij San Nicolas ligt Baby Beach

Aloë vera en de klusjesman

Op de vierde dag kwam de klusjesman om de hordeur van David te maken. David was er met een tafel doorheen gelopen of zo. Terwijl de klusjesman aan de slag was, gingen wij naar de Aloe Vera Factory. Hier lieten ze alles zien over hoe ze van aloë vera crème en zonnebrand maken. Het was echt interessant! Daarnaast was het gratis waardoor het extra interessant was voor gierige Nederlanders.

Aloë Vera Factory

We moesten voor de klusjesman uiterlijk om 1 uur terug zijn, want dan zou de deur klaar zijn en kon hij deze er weer in hangen. Toen wij terugkwamen, was hij nog lang niet klaar. Uiteindelijk is hij vijf uur bezig geweest met een nieuw gaas en twee plankjes bevestigen. Maar hij was wel aardig en dat is ook erg belangrijk natuurlijk.

In de avond gingen David en ik samen met twee vrienden van David uiteten bij zijn werk. David werkte bij Papillon Restaurant. Het restaurant is gebouwd in de stijl van het verhaal van Papillon (boek en film). Ik vond dat superleuk gedaan en het eten was ook erg lekker.

Na het eten gingen we nog een drankje doen. Ik dacht al snel dat het al drie uur ’s nachts was en ik wilde daarom wel naar huis. Toen we thuis kwamen, bleek het half 12 te zijn. Ik had nog steeds last van de jetlag, maar we konden wel lekker op tijd naar bed.

Snorkeltour naar de SS Antilla

Op de vijfde dag hadden we een snorkeltour. Eén van de grootste scheepswrakken van de Caribische Zee ligt vlakbij Aruba. Dit Duitse vrachtschip, de SS Antilla, is in 1940 tot zinken gebracht door de eigen bemanning. Het wrak is 121 meter lang.

Snorkeltour
Duo penotti

Met mijn snorkelmasker in de aanslag sprong ik van het schip. In het water zag ik dat het wemelde van de vissen en toen zag ik het schip. Ik dacht: oké is dit het? Het scheepswrak dat ik op Malta zag, was groter. Toen we weer op de boot waren, zei David: “Zag je dat? Dat ding was enorm!” Ik zei: “Nou, ik zag niet zoveel.” David begreep er niks van dat ik het overrated vond.

Uiteindelijk kwamen we erachter dat ik maar één helft van het wrak had gezien. Het wrak is doormidden gebroken en achter ons schip lag de andere helft. Achteraf wel een beetje jammer dat ik de andere helft niet heb gezien, maar ik heb wel veel mooie visjes gezien en rondgedobberd.

Snorkeltour
Lekker dobberen

Duiken bij Mangel Halto

Die dag daarna ging ik duiken. Ik vond het wel een beetje spannend, want de laatste keer dat ik had gedoken was bijna drie jaar geleden in Zuid-Afrika. Ik deed daarom een makkelijke opfrisduik met Happy Divers Aruba. We deden eerst een aantal duikoefeningen. Zo moest ik mijn mondstuk over mijn schouder gooien en weer pakken en in mijn mond doen. Ik moest ook water in mijn duikbril laten lopen en er weer uit halen. Op Malta vond ik die duikoefeningen heel rot, maar gelukkig ging het goed.

We doken bij Mangel Halto. Dat is een baai met allemaal mangrovebossen. De mangrovebossen zijn een natuurlijke kraamkamer van de zee. Er zaten daarom superveel kleine visjes. Verder was er een scheepswrak en zagen we prachtig koraal. Duiken op Aruba is net alsof je in een aquarium beland bent. Het is namelijk superhelder en er is ontzettend veel onderwaterleven.

Mangel Halto: mangrovebossen op Aruba

David en ik zijn de dag daarop ook naar Mangel Halto geweest. Ik vind Mangel Halto het mooiste strand van Aruba. Behalve de vele visjes, zijn er ook veel vogels. De mangrovebossen geven het strand andere belevenis dan de andere (ook supermooie) stranden van Aruba.

Coronacrisis: kan ik nog terug naar Nederland?

Ondertussen kreeg ik veel berichtjes vanuit Nederland vanwege het coronavirus. Iedereen vroeg zich af of ik nog wel terug kon. Op de site van Tui zag ik dat iedereen zoveel mogelijk op de geboekte datum terug zou vliegen. Daar ging ik dan ook gewoon van uit.

David twijfelde ook heel erg wat hij moest doen. Hij zou tot eind april op Aruba blijven en daarna wilde hij doorreizen. De restaurants zouden gesloten worden en David zou daarom thuis zitten. De vraag was: waar kun je beter zijn tijdens een eventuele lockdown?

Op mijn laatste avond heb ik romantisch met mezelf over het beroemde Eagle Beach gelopen en de zonsondergang bekeken. Ik baalde eigenlijk dat ik de dag daarna weer naar huis moest, want ik vond Aruba veel leuker dan ik verwacht had. Daarnaast moest ik David ook weer gaan missen. Gelukkig hadden we nog één dag.

Eagle Beach zonsondergang

Arikok National Park: Aruba’s ruige kant

Op de laatste dag reden David en ik door Arikok National Park. Dit nationale park beslaat zo’n 20% van Aruba. Er waren grotten met 1000-jaar oude indianentekeningen en bossen van cactussen. Op Aruba is vrijwel overal de zee heel rustig. Soms is water net zo kalm als van een meertje, maar in Arikok knallen de golven met een enorme kracht tegen de rotsen. Erg indrukwekkend om te zien!

We gingen ook nog een stukje lopen. Op de terugweg namen we een andere weg door de prikkelplanten. Lekker avontuurlijk! Daarna zijn we met onze schoenen vol stekels nog een uurtje naar het strand geweest. Dat was het strand waar de vliegtuigen zo laag overvliegen. We merkten toen al dat er minder vliegtuigen gingen door de coronacrisis. Er kwam uiteindelijk maar één vliegtuig aan.

Daarna heb ik mijn spullen gepakt en bracht David me naar het vliegveld. Ik heb wel een klein beetje gehuild, omdat ik hem weer zo zou gaan missen. Achteraf is hij anderhalve week na mijn vertrek ook naar Nederland gekomen.